HFaase

Lijn & Kleur


Het klassieke standpunt, dat zich nog baseert op visuele aspecten, op esthetica en iconografie is niet het enige standpunt meer in de vraagstelling ‘wat is kunst’. Volgens sommigen is de moderne kunst een tak van filosofie geworden die uitgevoerd wordt met voorwerpen en materialen [1] en zijn opvattingen over wat kunst is nogal eens tegenstrijdig [2]. (zie de webpagina ‘Kunstpraat: Reflecties over veranderende ideeën’).

De discussie over kunst, wat stelt het voor en hoe wordt het uitgebeeld, is van alle tijden. In de 16e eeuw discussieerde men in Italië al over invenzione, disegno en colore [3].

Het uitgangspunt van de toeschouwer speelt hierbij een rol. Iemand met een literair oogpunt zal vooral kijken of het verhaal goed overkomt, terwijl een schilder naar vorm en kleur kijkt en pas daarna naar het onderwerp en of dit overtuigend is weergegeven.

In de 16de eeuw werden de schilders van de Toscaanse school (Michelangelo) tegenover de Venetiaanse school (Titiaan) geplaatst in een discours over de lijn en de kleur.

top

In de 17de eeuw waren het de Poussinisten (lijn) tegenover de Rubénisten (kleur). De lijn bij Poussin heeft in deze discussie meer te maken met het ontwerp en harmonie, dan met een expressieve lijnvoering of modellering. Toen het landschap een populair onderwerp was in de 19de eeuw, werd er veel over hem gediscussieerd. Men had bewondering voor de strenge harmonie in combinatie met de klassieke traditie van de oude meesters.
De uitspraak van Cézanne om ‘Poussin over te doen naar de natuur’ houdt eerder verband met een gedeelde esthetische opvatting over een traditie van orde en discipline dan de realistische uitbeelding van de klassieke verhalen.

Begin 20ste eeuw gaat de discussie over het werk van Cézanne. Het literaire verhaal als onderwerp heeft zijn tijd gehad en men gaat experimenteren. In een halve eeuw wordt een rijk en samenhangend vorm/kleur vocabulaire ontwikkeld. Het Kubisme laat het onderwerp los, het onderwerp wordt in fragmenten opgedeeld en uiteindelijk gaan de fragmenten een eigen leven leiden. De kunst wordt abstract, maar blijft geworteld in de schildertraditie. De mogelijkheden binnen de abstracte kunst worden uitgezocht in kleurvlakken, lijnen, ritmes, waarin de aloude discussie over kleur en lijn weer nieuw leven wordt ingeblazen.

De pure abstractie van Mondriaan en Malevich is nog geworteld in de schildertraditie. Door een representatie tot vorm en lijn te reduceren, worden de visuele aspecten/wetten van de harmonie zichtbaar gemaakt. Malevich ontwikkelt een uitgebreid lesprogramma.

De latere abstractie van de tweede helft van de 20ste eeuw heeft een ander uitgangspunt. Het heeft meer te maken met de verschuiving van schildervraagstukken naar het vinden van antwoorden op de vraag 'wat is kunst'.
Abstracte kunst moest op theoretische gronden elke vorm van representatie of naturalisme volledig vermijden, volledig non-figuratief zijn [5]

Dit werd opgepakt door de Amerikanen, die, als reactie op de kunstontwikkelingen in Europa, op zoek waren naar een eigen moderne kunst [6]. Zij stellen de vraag wat is Amerikaanse kunst. De nieuwe abstractie, losgekoppeld van figuratie en traditie, zou een beginpunt kunnen zijn voor zo’n typisch Amerikaanse kunstvorm.

Kenneth Clark heeft in zijn boek ‘The Nude’ [7] een studie gemaakt van het naakt door de eeuwen heen, hij stelt zich de vraag waarom bepaalde houdingen steeds weer terugkomen en komt daarmee op het vraagstuk van vorm en stijl.
De Grieken zagen zich in de 5de eeuw voor Christus al voor het probleem geplaatst hoe in de beeldhouwkunst het menselijk lichaam en emotie weer te geven zonder de geometrische helderheid van de individuele vormen op te geven. Zij zochten het in de expressiviteit van de houding zelf.

Hij noemt Titiaan die een serie liggende naaktfiguren heeft gemaakt. Men zou denken dat de ‘schilder van de sensualiteit’ vele houdingen zou kunnen weergeven, maar het aantal houdingen waarin hij die volmaakte eenheid bereikt, is buitengewoon klein. Waarschijnlijk heeft dit met geometrische helderheid en evenwichtige proporties te maken, die de mogelijkheden tot variatie beperken.

Rubens heeft het werk van Titiaan intensief bestudeerd, is vaak uitgegaan van dezelfde houdingen en voegt er met zijn gevoel voor kleur en ritme een nieuw element aan toe.
Hij had een theoretisch schetsboekje, dat laat zien hoe hij zijn kunst modelleerde naar de werken van de antieke en moderne meesters van Italië.

Het werk van de grote meesters is altijd een voorbeeld geweest voor veel schilders. Hun werk werd bestudeerd, gekopieerd of als uitgangspunt genomen voor hun eigen werk.


"Drawing and color are not distinct from one another; gradually as one paints, one draws. The more harmonious the colors are, the more precise the drawing will be. Form is at its fullest when color is at its richest. The secret of drawing and modeling lies in the contrasts and affinities of colors."
[Cézanne]

Gonny Faase, Gouda, 15 januari 2017

top